Beantwoord de korte quiz over huurrecht en krijg inzicht in uw kennis.
Uitslag
Vraag 1/3
Remco, ex drugsverslaafde, heeft via ‘bijzondere bemiddeling’ op 1 maart 2024 een tijdelijke huurovereenkomst voor een jaar met een woningstichting gesloten. Hij ontvangt professionele begeleiding om hem te helpen zelfstandig te leren wonen. Dit staat ook uitdrukkelijk als voorwaarde in de huurovereenkomst vermeld.
De huurovereenkomst wordt na een jaar verlengd met nog een jaar. Remco zegt vervolgens de begeleidingsovereenkomst zonder toestemming van zijn begeleiders op en maakt aanspraak op huurbescherming omdat de huurovereenkomst verlengd is.
Heeft Remco huurbescherming?
De huurovereenkomst wordt na een jaar verlengd met nog een jaar. Remco zegt vervolgens de begeleidingsovereenkomst zonder toestemming van zijn begeleiders op en maakt aanspraak op huurbescherming omdat de huurovereenkomst verlengd is.
Heeft Remco huurbescherming?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Als een tijdelijke huurovereenkomst wordt verlengd, betekent dat dat Remco in beginsel huurbescherming heeft.
Echter, er is ook een belangrijk deel van deze overeenkomst die ziet op begeleiding. Als deze onlosmakelijk deel uitmaakt van de huurovereenkomst, is sprake van een gemengde overeenkomst (art 6:215 BW) waarbij het begeleidingselement zwaarder kan wegen dan het woonelement. De huurbescherming kan dan niet van toepassing zijn. Dit hangt onder meer af van de inhoud van de huurovereenkomst en de feitelijke omstandigheden van de begeleiding.
De Wet vaste huurcontracten is in werking getreden op 1 juli 2024 en is hier niet van toepassing.
Echter, er is ook een belangrijk deel van deze overeenkomst die ziet op begeleiding. Als deze onlosmakelijk deel uitmaakt van de huurovereenkomst, is sprake van een gemengde overeenkomst (art 6:215 BW) waarbij het begeleidingselement zwaarder kan wegen dan het woonelement. De huurbescherming kan dan niet van toepassing zijn. Dit hangt onder meer af van de inhoud van de huurovereenkomst en de feitelijke omstandigheden van de begeleiding.
De Wet vaste huurcontracten is in werking getreden op 1 juli 2024 en is hier niet van toepassing.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Farid huurt al ruim twee jaar een woning. De verhuurder wil de huur opzeggen wegens dringend eigen gebruik.
Welke opzegtermijn moet de verhuurder in acht nemen?
Welke opzegtermijn moet de verhuurder in acht nemen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
De huuropzegging van de verhuurder is tenminste niet korter dan drie maanden en voor elk jaar dat de huurder ononderbroken het gehuurde in gebruik heeft gehad wordt deze verlengd met één maand tot ten hoogste zes maanden.
Als een huurder er meer dan twee jaar woont is de opzegtermijn vijf maanden.
Als een huurder er meer dan twee jaar woont is de opzegtermijn vijf maanden.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
In een flatgebouw bestaande uit 100 woningen doet de verhuurder een schriftelijk voorstel tot renovatie. 68% van de huurders stemt hiermee in. De renovatie kan nu niet meer doorgaan.
Juist of onjuist?
Juist of onjuist?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Als 70% van de huurders in een complex bestaande uit tenminste 10 woningen akkoord gaan met het renovatievoorstel, wordt het voorstel vermoed redelijk te zijn.
Als dit percentage niet gehaald betekent het niet dat het voorstel niet redelijk is. De verhuurder moet dan zo nodig de weigerachtige huurder dagvaarden en bij de kantonrechter aantonen dat het voorstel wel redelijk is.
Als dit percentage niet gehaald betekent het niet dat het voorstel niet redelijk is. De verhuurder moet dan zo nodig de weigerachtige huurder dagvaarden en bij de kantonrechter aantonen dat het voorstel wel redelijk is.
Kies een antwoord.